Stichting en historie van de kerk

Stichting van het kerkgebouw

De geschiedenis van deze dorpskerk begint in de 14e eeuw. In zijn bedijkingbrief voor de polder Nieuw-Helvoet bepaalde de landheer hertog Aelbrecht van Beyeren, dat een honderdste deel van de opbrengsten van het bedijkte land ten goede zou komen aan de heilige kerk om een kerkgebouw te stichten en te onderhouden.

 

De bouw

Wanneer exact met de bouw is begonnen, valt niet meer te achterhalen, maar in 1408 is er sprake van een kapel. De rekeningen van het bisdom Utrecht geven hiervoor enig houvast. Aan het eind van de 15e eeuw wordt gesproken over "de ecclesia de Helvoet". Nieuw-Helvoet is dan dus een zelfstandige parochie. De kerk werd gewijd aan de heilige Cornelius.

 

Het schip van de kerk

De bevolking nam toe en de kapel werd vergroot tot een kerk met een halfingebouwde toren. Op bouwkundige gronden wordt aangenomen dat het huidige transept en koor dateren van ca. 1500.

Het schip van de kerk is verdwenen. Waarschijnlijk in gedeelten. Schriftelijke bronnen doen melding van open gaten in het dak en van blikseminslag. Op een tekening van het dorp in 1672, door Valentijn Klotz, lijkt het schip van de kerk niet meer aanwezig.

 

 

 

De toren
De toren is het oudste nog bestaande gedeelte van het kerkgebouw. Hij bestaat uit vier geledingen, waartussen natuurstenen waterlijsten zijn aangebracht. De dikte van de wand bedraagt ca. 1 meter. Aan de westzijde reiken twee overhoekse steunberen tot aan de vierde geleding. Aan de oostzijde was de toren half ingebouwd. Dat is nog goed te zien als men kijkt naar de twee oplopende muren die halverwege de zijkant links en rechts als steunen zijn opgemetseld. Zij vormden samen met de toren de voorgevel van de kerk. Aan de voorzijde van de toren bevindt zich een dichtgemetselde rondbogige ingangspoort. De geprofileerde zandstenen posten zijn nog origineel, maar ver afgesleten. Vlak boven dit poortje was een kleine nis, waarin waarschijnlijk een heiligenbeeldje heeft gestaan. Bij de restauratie van 1983/1984 is de nis dichtgemaakt. Zij omlijst nu een steentje met het wapen van Nieuw-Helvoet en de tekst "renovatum 1984". Een voormalig spitsboogvenster in de voorzijde van de tweede geleding is bij een vroegere verbouwing dichtgemaakt. Aan de achterzijde van de toren is een hoge dichtgezette spitsboog te zien, waaronder oorspronkelijk de doorgang van de toren naar de kerkzaal was. De galmgaten in de door een rondboogfries afgesloten vierde geleding worden geflankeerd door rondboognissen. In de toren zijn geen sporen van een gewelf gevonden. In de noordelijke wand van de derde geleding zijn resten van een ingebouwde stenen trap aanwezig.

 

In de toren hangt een klok uit 1634, gegoten door Cornelis Ouwenrogge te Rotterdam. Zij draagt als randschrift:

 

"Ick hang omhoogh in desen tooren opdat mij elck sou kunnen horen ende haest commen voort te horen Godes woort"

 

In de Tweede wereldoorlog is de klok op last van de bezetter uit de toren verwijderd om te worden versmolten. Men heeft dit weten te voorkomen en na de bevrijding is ze weer naar haar oude plaats teruggebracht.

Het oorspronkelijke uurwerk had waarschijnlijk maar een wijzer. In de 19e en 20e eeuw werden er nieuwe (minuten) wijzers geplaatst. Het luiden van de klok wordt tegenwoordig elektronisch geregeld.

 

Uiterlijk van de kerk

Het transept van de kerk heeft in de noord- en zuidgevels spitsboogvensters met gemetselde harnassen. Aan weerszijden van de topgevels staan overhoekse steunberen. Aan de westzijde werd het transept oorspronkelijk gesteund door de muren van het schip. Het koor is groot voor een eenvoudige dorpskerk. Het heeft aan beide zijden vijf spitsboogvensters en een overeenkomstig venster in de koorsluiting. Transept en koor hebben steunberen met ledestenen hoekblokken en onderlangs de vensters en over de steunberen een natuurstenen waterlijst. De daken droegen blauwgrijze dakpannen.

 

Tegen het middendeel van het transept (westgevel) is een witgepleisterd gebouwtje met arcaden geplaatst. Daarin bevindt zich de ingang van de kerk en enkele bijruimten. Men heeft gekozen voor een neoclassicistische stijl, omdat men dit minder storend vond dan namaak gotiek. De kerkzaal, bestaande uit transept en koor, heeft een houten zoldering op een samengestelde balklaag. De moerbinten worden gesteund door houten consoles met ojiefprofiel. De zoldering is te dateren op ca. 1600. Oorspronkelijk zijn hier stenen gewelven geweest. Bij de grote restauratie van 1964-1966 zijn daarvan onder de pleisterlaag sporen aangetroffen. De wanden van de kerk zijn witgepleisterd. Rechts in de koorsluiting is een piscina-nis onder een ezelsrugboogje te zien. Piscina is het Latijnse woord voor vis. Een piscina was een zes- of achtkantig waterbassin waarin gedoopt werd. Waarschijnlijk vervangt de nis het waterbassin.

 

Functies van de kerk

Tot de reformatie functioneerde het kerkgebouw als parochiekerk van Nieuw-Helvoet. De laatste pastoor was Hendrik Boogaard, naar wie een straat en een school zijn vernoemd.

Na de reformatie werd het koor ingericht voor de protestantse eredienst. De eerste predikant was Johannes Culhemius. Hij was tevens predikant van Nieuwe-Goote en Nieuwenhoorn. In1581 werden de kerkelijke gemeenten Nieuwenhoorn en Nieuw-Helvoet gescheiden. In 1641 kreeg Hellevoetsluis-Vesting haar eigen predikant.

 

Voor 1964 was het liturgisch centrum in de koorsluiting. Het venster achter de preekstoel was dichtgemetseld. De banken stonden dus naar het oosten gericht. De beide helften van het transept kregen een andere functie. Het noordelijke gedeelte werd consistorie, het zuidelijke gedeelte werd gebruikt als schoollokaal. De burgerlijke gemeente beschouwde zich als eigenaar en heeft pas in 1870 de ruimte vrijgegeven voor de kerkgemeenschap.

 

In 1999 is besloten het gebouw niet langer te gebruiken voor kerkdiensten. Het beheer van het gebouw is nu in handen van de Stichting tot Behoud en Beheer van de Kerk aan de Ring. In samenwerking met de kerkenraad is een bestemming gezocht, die in overeenstemming is met het karakter van het gebouw en de sfeer van de omgeving. Daarbij is gekozen voor sociale en/of culturele activiteiten, bestemd voor de gehele gemeenschap van Hellevoetsluis en omgeving.

 

Restauratie

Gedurende de 20e eeuw is er veel gerestaureerd. In de jaren 1964-1966 kwam het tot een algehele restauratie. Alle separatiemuren werden afgebroken en de kerkruimte werd in haar oude vorm hersteld. In het venster van de zuidelijke transeptarm ziet men nu een mooi geschilderd glas-in-lood-raam van de Nieuw-Helvoetse kunstenaar Frans Spuijbroek.

 

 

 

 

Het liturgische gedeelte is thans ingericht in het middeldeel van het transept. De tegen de westgevel geplaatste preekstoel dateert van 1807 en lijkt sprekend op die uit 1784 in de Ned. Hervormde kerk te Rockanje. De kerk bezit geen herenbanken. In de twee vleugels van de kerkzaal staan nu stijlvolle kerkstoelen. In het oorspronkelijke koor stonden banken. In verband met het huidige gebruik van het kerkgebouw zijn de vaste banken verwijderd.

De koperen kansellezenaar is waarschijnlijk in 1805 geleverd door Jan K(I)erk, evenals de koperen kroonluchter met twee rijen van zes armen.

 

Een aantal jaren geleden werd het dak vernieuwd en de buitenmuren zijn onlangs nog gerestaureerd. De binnenmuren wachten nog op een grondige opknapbeurt.

 

Het orgel

Het orgel is een losstaand Clerinx-orgel, waarschijnlijk uit 1845, afkomstig uit de kapel van

de Zusters van Barmhartigheid te Luik. Het is geplaatst in de koorsluiting. Het verving in 1971 het eerste orgel, dat in 1877 was aangeschaft (zie afzonderlijke beschrijving).

 

Het koor

In het koor bevinden zich 8 grafzerken, waaronder een halve. Ze zijn bij een inwendige restauratie in 1952 gevonden.

 

 

 

Bewerkt naar een tekst van Huib Geuze