Clerinx-orgel

Beschrijving van het historisch sleepladenorgel in de

Kerk aan de Ring te Nieuw-Helvoet (Hellevoetsluis),

gebouwd door Arnold Clerinx uit St.Truiden (Belgie).
 
Arnold Clerinx (1816-1898) was de zoon van een tingieter die tinplaten goot voor de bekende orgelfirma Mercklin te Parijs en Brussel. Arnold ging in de leer bij Mercklin, die uit de Elzas afkomstig was, en vestigde zich reeds zeer jong in zijn vaderstad St.Truiden. Al in 1845 bouwde hij een prachtig orgel in de St.Nicolaaskerk te Luik en aansluitend een kleiner orgel voor de Kapel van de Soeurs de la Miseracorde aan de Rue des Clarisses te Luik. Dit laatste orgel dreigde na de sluiting van de kapel verloren te gaan, maar werd gered door de orgelbouwer Emile Verschueren uit Tongeren. Hij nam het orgel mee naar zijn atelier en restaureerde het naar zijn oorspronkelijke staat.

Volgens de organoloog Em. Humblet staan alleen al in Luik 12 orgels van Clerinx en zijn er nog ruim 90 orgels van hem in de provincies Luik en Limburg bekend. Alle orgels van Clerinx munten uit door hun oerdegelijke constructie, prima hout en uitstekende tinnen pijpen en tongwerken.

Het oorspronkelijk orgel van de Kerk aan de Ring, dat in 1877 was aangeschaft, was aan het einde van de jaren zestig dringend aan vervanging toe. De orgelcommissie van destijds kwam in contact met Emile Verschueren. Het Clerinx-orgel kwam naar Nieuw-Helvoet en werd tijdens een speciale bijeenkomst op 10 december 1971 overgedragen aan de Kerkvoogdij.

Het Clerinx-orgel in de Kerk aan de Ring heeft één klavier en een aangehangen pedaal van 18 tonen. De kas is volledig van prachtig wagenschoteiken en is versierd met beeldhouwwerk van de bekende beeldhouwers Kouken en Jansen uit St.Truiden. Beide beeldhouwers hebben tal van orgelkasten, altaren, communiebanken en preekstoelen op hun naam staan.

De kas is door Emile Verschueren nauwkeurig gerestaureerd en van alle overtollige vernissen ontdaan. De dispositie ziet er, van links naar rechts, als volgt uit:

1. Octaaf 4' tin, gedeeltelijk in het front

2. Octaaf 4' Bas 18 tonen, in manuaal en pedaal speelbaar

3. Cornet 4 sterk tin vanaf cis'

4. Prestant 8' C-H hout, rest in front en binnen

5. Prestant 8' Bas 18 tonen

6. Bourdon 8' C-H hout, rest tin

7. Bourdon 8' Bas 18 tonen

8. Fluit 4' tin

9. Nazard 2.2/3' 24 tonen met roer, rest conisch, tin

10. Mixtuur 2-3 st. tin

11. Mixtuur Bas 18 tonen

12. Octaaf 2' tin

13. Trompet 8' Bas 18 tonen

l4. Trompet 8' tin.

Pedaal aangehangen C-F 18 tonen.

Als unieke bijzonderheid heeft Clerinx vijf registers van een dubbele sleep voorzien, met de bedoeling om 18 tonen in het pedaal te kunnen spelen zonder dat de diskant van dat register in het klavier meegaat. Het betreffende register is wel in bet klavier speelbaar met 56 tonen. Deze vijf basslepen werken dus als pedaalversterking.

Het klavier is op de hele tonen belegd met ivoor en de halve tonen zijn van ebbenhout. Het klavier bevindt zich op de rechter smalle zijde van bet orgel. De registertrekkers bevinden zich in een horizontale lijn boven het klavier, de registernamen staan in goudletters gedrukt op roodbruin leder.

De frontpijpen zijn van 75% tin. De rechte velden zijn origineel-Clerinx,

doch de 3 torens werden ooit door baldadige studenten zwaar beschadigd en gestolen, zodat ze met behulp van oude Clerinx-pijpen moesten worden vernieuwd. Alle binnenpijpen zijn oorspronkelijke Clerinx-pijpen.

De stemming bedraagt 880 zwevingen voor de a van Prestant 4', zodat het orgel geschikt is voor samenspel met strijk- en blaasinstrumenten.

Mechaniek: de toetsen hangen aan verticale abstracten die via een winkelbalk aan een horizontaal gelegen walsbord trekken. Alle versleten draden en moeren werden bij de restauratie van destijds vernieuwd.

Windvoorziening: vroeger lag een grote blaasbalg met 2 pompen achter het orgel. Deze werd vervangen door een kleinere blaasbalg met enkele vouw, die binnen in de orgelkas een plaats vond. Een nieuwe Meidinger-ventilator met 220 V lichtstroom of 220/380 V draaistroom staat onder de blaasbalg in een geluiddempende kast.

De sleepladen zijn verdeeld in C en Cis-zijde en zijn vervaardigd van prima wagenschoteiken. De kancellen zijn van onder afgedicht met leder en de slepen schuiven winddicht op leder. De ventielen zijn van dubbel leer voorzien. De kancellen zijn met lijmsaus uitgegoten.

.